Een gezonde kat begint niet bij de dierenarts als hij al ziek is. Het begint met goede zorg op tijd. Een jaarlijkse controle, de juiste vaccinaties en een schoon gebit voorkomen veel problemen.
Wat valt onder preventieve zorg, en hoe vaak doe je wat? Zo weet je wat je kat nodig heeft, van kitten tot senior.
De jaarlijkse controle
Laat je kat elk jaar nakijken door de dierenarts. Je kunt het zien als een APK voor je kat. De dierenarts luistert naar hart en longen, voelt de buik en kijkt naar ogen, oren, vacht en gebit. Ook het gewicht wordt gecontroleerd.
Bij oudere katten of katten met een aandoening kan een controle vaker nodig zijn. Bespreek dat met je dierenarts. Neem ook je vragen mee. Schrijf ze van tevoren op, dan vergeet je niets in de spreekkamer. Neem ook het vaccinatieboekje mee. Is er iets veranderd in eten, drinken of gedrag? Vertel het. Een controle is het moment om kleine dingen te bespreken voordat ze groot worden.
Vaccinaties
Vaccinaties beschermen tegen ernstige ziektes. De basisvaccinatie beschermt tegen kattenziekte en niesziekte.
Kattenziekte wordt veroorzaakt door een parvovirus. Een kat wordt plotseling sloom, krijgt koorts, braakt en heeft diarree. Zelfs met intensieve behandeling overleeft een groot deel van de katten het niet.
Niesziekte geeft niezen, een loopneus en ontstoken ogen. Voor kittens en oude katten kan het gevaarlijk zijn.
Ook een binnenkat heeft vaccinaties nodig. Het virus van kattenziekte overleeft lang en kan via schoenen mee naar binnen komen.
Zo ziet een gebruikelijk schema eruit:
| Leeftijd | Vaccinatie |
|---|---|
| 8 à 9 weken | eerste vaccinatie |
| rond 12 weken | tweede vaccinatie |
| rond 16 weken | derde vaccinatie |
| 6 tot 12 maanden | volgende vaccinatie |
| daarna | niesziekte elk jaar, kattenziekte elke drie jaar |
Je dierenarts past het schema aan op jouw kat. Gaat je kat naar een pension of mee naar het buitenland? Dan kunnen andere vaccinaties verplicht zijn, zoals tegen rabiës.
Vlooien en wormen
Parasieten zijn vervelend en soms gevaarlijk. Wormen zitten in de darmen. Vlooien en teken zitten op de huid. Ook binnenkatten kunnen ze krijgen.
Gebruik daarom regelmatig een middel tegen vlooien en wormen. Hoe vaak, hangt af van je kat. Gaat hij naar buiten? Jaagt hij op muizen? Zijn er kinderen in huis? Overleg met je dierenarts welk middel en welk ritme bij jouw kat passen.
Het gebit
Gebitsproblemen komen heel veel voor bij katten. Volgens AniCura heeft ongeveer 70 procent van de katten een gebitsziekte. Het begint met tandplak. Daarna ontstaat tandsteen en vaak een ontstoken tandvlees.
Let op deze signalen:
- verkleurde tanden of tandsteen;
- rood of bloedend tandvlees;
- een vieze adem;
- moeilijk, langzaam of slordig eten.
Tandenpoetsen helpt het best. Begin daar het liefst mee als je kat nog jong is. Gebruik nooit tandpasta voor mensen, want die bevat fluoride. Dat is giftig voor katten. Hoe je het rustig aanleert, lees je in Je kat verzorgen: vacht, nagels, gebit en kattenbak.
Tandsteen haalt de dierenarts meestal onder narcose weg.
Gewicht
Weeg je kat regelmatig. Een verandering in gewicht is vaak een vroeg signaal van een probleem. Gebruik bijvoorbeeld een babyweegschaal.
Overgewicht komt veel voor, zeker bij gecastreerde katten. Zij hebben minder energie nodig. Pas het voer daarop aan. Meer daarover lees je in Wat eten katten?
Castratie
Castratie voorkomt ongewenste nestjes. Het vermindert ook vechten, sproeien en rondzwerven. Bij een poes verkleint het de kans op baarmoederontsteking en melkkliertumoren.
Een kat kan al vanaf ongeveer vier maanden geslachtsrijp zijn. Daarom gebeurt castratie meestal rond vier à vijf maanden. Let op: een kater kan na de operatie nog zes tot zeven weken vruchtbaar zijn.
Chip en registratie
Een chip is de beste manier om een vermiste kat terug te vinden. Er is in Nederland nog geen landelijke chipplicht voor katten. Die wordt rond 2028 verwacht. Toch is chippen nu al verstandig.
Een chip werkt alleen als de registratie klopt. Verhuis je of heb je een nieuw telefoonnummer? Geef het door. Op chipnummer.nl zie je in welke databank je chip staat.
Kittens en oudere katten
Een kitten heeft in het eerste halfjaar veel zorg nodig. Het krijgt drie vaccinaties, wordt ontwormd en gaat rond vier à vijf maanden naar de dierenarts voor castratie. Gebruik die bezoeken ook om vragen te stellen over voer, spelen en de kattenbak.
Een oudere kat verandert vaak langzaam. Hij slaapt meer, springt minder hoog en eet soms minder. Niet alles is 'gewoon ouderdom'. Stijf lopen kan op artrose wijzen. Afvallen of veel drinken kan op een ziekte wijzen. Ga daarom met een oudere kat vaker op controle. Je dierenarts vertelt hoe vaak dat nodig is.
Een eenvoudig jaaroverzicht
- Elk jaar: controle bij de dierenarts, met gebit en gewicht.
- Elk jaar: vaccinatie tegen niesziekte.
- Elke drie jaar: vaccinatie tegen kattenziekte.
- Regelmatig: middel tegen vlooien en wormen, volgens advies van je dierenarts.
- Regelmatig: je kat wegen.
- Bij elke verhuizing: chipregistratie bijwerken.
Veelgestelde vragen
Moet een binnenkat gevaccineerd worden?
Ja. Het virus van kattenziekte kan via schoenen mee naar binnen komen. Ook een binnenkat loopt dus risico.
Hoe vaak moet ik mijn kat ontwormen?
Dat hangt af van je kat en zijn leefstijl. Overleg met je dierenarts welk ritme past.
Wanneer laat ik mijn kat castreren?
Meestal rond vier à vijf maanden, voordat de kat vruchtbaar wordt. Je dierenarts adviseert het beste moment.
Bronnen en redactionele toelichting
- LICG — Houd uw kat gezond!
- LICG — Vaccinatie van uw kat
- AniCura — Tandenpoetsen kat
- LICG — Castratie van uw kat
Opgesteld door Miauly op basis van de bronnen hierboven, gecontroleerd op 17 oktober 2026.